Tijdverdrijver

Dé Harry Potter RPG voor schrijvers!

Welkom op Tijdverdrijver!
Om optimaal van de site gebruik te kunnen maken, is het nodig dat je ingelogd bent. Log hieronder in of registreer jezelf als je dat nog niet hebt gedaan.
Gebruikersnaam: Wachtwoord:
Pagina's: [1]   Omlaag
Auteur Topic: Mijn leven op Zweinstein  (gelezen 319 keer)
#1 25 juni 2010, 16:40:10
IloveJohnnyDepp
  • Griffoendor
  • Onderbouw Tovenaarsleerling
  • **
  • Offline Offline
  • Geslacht: Vrouw
  • Berichten: 164
  • Noem me Lizzy
Mijn leven op Zweinstein

Saskia ( de ik persoon)  is een heel bijzonder meisje en ze word aangenomen op Zweinstein.


Stuur me maar een PB als ik iets kan verbeteren.
#2 25 juni 2010, 17:10:26
IloveJohnnyDepp
  • Griffoendor
  • Onderbouw Tovenaarsleerling
  • **
  • Offline Offline
  • Geslacht: Vrouw
  • Berichten: 164
  • Noem me Lizzy
Re: Mijn leven op Zweinstein

Hoofdstuk 1. De brief

"Saskia, kom je nou eens naar binnen we gaan zo eten". riep mijn moeder. Ik wist dat ik wel moest komen anders zou ze geen eten voor mij hebben. Ik liep de keuken in en daar stond mijn moeder te koken, nou koken ze zwaaide met haar toverstok en de aardappels schilde zichzelf. "We moeten even met je praten Sas". zei mijn vader. "Oké, waarover?". zei ik. Ik wist wel waarover het ging. Ik zou in deze week 11 worden, en verwachten ze dat ik een brief van Zweinstein zou krijgen. "In deze week wordt je 11 Saskia, toen wij 11 werden kregen wij een brief van Albus Perkamentus. Wij werden uitgenodigd om op Zweinstein te komen om daar te leren toveren. En jij wordt vast ook uitgenodigd en wij verwachten dan ook dat je gaat". "Oké, dat heb ik al 10 keer gehoord. zei ik. Soms werd ik zo moe van alle bezorgdheid. "En" ging mijn vader verder. "Als je dan in de vakanties terug komt met de kerst en paasvakantie mag je blijven als je dat wilt maar als je dan in de zomervakantie weer naar huis komt mag je niemand vertellen dat je een heks bent, ze zullen je voor gek houden. Oké?". "Ja, ik ben niet stom hoor". "We kunnen eten, aan tafel iedereen". zei mijn moeder. Het eten was niet geweldig ze kan eigenlijk helemaal niet koken maar ze doet haar best daar gaat het om. Ik hoopte dat het eten op Zweinstein beter zou zijn. Ik ging eerder naar bed dan mijn ouders maar sliep later, ik bedacht hoe Zweinstein eruit zou zien. En dromend van Zweinstein viel ik in slaap.De volgende dag werd ik al vroeg wakker door het geroep van mijn moeder:"Sas, lig je nou nog steeds in bed. Er is post voor je". Ik keek op mijn wekker het was 7 uur. Dus ik liep heel langzaam en moe naar beneden. Mijn moeder en vader keken trots toe. Ik opende de brief en las hardop:
"beste mevrouw Buffew,

Wij willen u graag uitnodigen om op Zweinstein Hogeschool voor Hekerij en Hokusspokus te komen.
Wij verwachten u op 1 september. De trein naar Zweinstein gaat op 1 september om 11 uur precies vanaf paron 9 3/4. In deze envelop zit een boekenlijst van de boeken die u dit schooljaar nodigt hebt. U kunt alles vinden op de wegisweg.

Met vriendelijke groet,
Minerva Anderling schoolhoofd van Zweinstein.

*405 woorden*
#3 26 juni 2010, 17:18:22
IloveJohnnyDepp
  • Griffoendor
  • Onderbouw Tovenaarsleerling
  • **
  • Offline Offline
  • Geslacht: Vrouw
  • Berichten: 164
  • Noem me Lizzy
Re: Mijn leven op Zweinstein

Hoofdstuk 2. De wegisweg

Ik ging samen met mijn moeder naar Londen naar de wegisweg. Mijn vader kon niet mee hij moest werken op het ministery van Toverkunst hij werkte op de afdeling: Toezicht van magische dieren. Ik ging eerst met mijn moeder naar Goudgrijp de tovenaarsbank. We waren niet bepaald arm maar ook niet stinkend rijk. Ik vond dat de kobolden van Goudgrijp er nog steeds eng uitzien. Maar ze beschermde ons geld zei mam altijd, dus ik keek zo min mogelijk naar ze. Mijn moeder haalde 400 galjoenen 89 sikels en 78 knoeten uit de kluis en zei:"Hiermee kopen we je spullen, en dan heb je ook nog wat voor op school en in de trein oké". Ik knikte dat het goed was. We gingen eerst naar de boekwinkel en daar kochten we alle boeken die we nodig hadden. En ik kocht nog een leuk extra boek het heette: Hoe de gekke heks het overleefde in de Dreuzel&toverwereld. Het zag er zag er heel leuk uit. Madame Malekins gewadenwinkel ik vond dat het zwart heel somber was ik wou het liever blauw of rood. "Wat heb ik nou nog nodig?" vroeg ik. "Volgens mij moet je nog een toverstok en weet je waar we die kunnen vinden?" ze keek me aan alsof ik heel hard moest roepen 'oh ja die winkel'. Maar ik zei niks dus zei ze maar:" Naar Olivander om een toverstok te kopen. Ik heb het thuis nog gezegd let je wel op als ik wat tegen je zeg". En ze gaf me een tik tegen mijn hoofd. Toen we bij Olivander aangekomen waren, schaamde ik me echt voor mijn moeder ze wou persee dat ik een lange stevige toverstok had, en niet zo'n flut ding. Nog spullen voor toverdranken en verweer tegen de zwarte kunsten en nog meer dingen waarvan ik niet eens weet waarvoor ze zijn. Eindelijk het leukste. "Mam hier staat dat ik een kat, pat, uil of rat mag meenemen mag ik een kat". "Sas, een dier daar moet je goed voor zorgen". Ik keek haar smeekend aan pleaseeeeeee mammmmmm". "Nou oke Sas maar dan geen pat of rat". Dus ik kreeg een kat en een uil om mee naar huis te schrijven. Ik noemde de kat Emma en de uil Bill. Eigenlijk wou ik helemaal geen uil, want mijn moeder was erg overbezorgd. Ik wist precies dat ik vanaf het moment dat ik op Zweinstein zat haar elke dag moest schrijven. Volgende week zou ik met de Zweinstein expres naar Zweinstein gaan.

* 408 woorden*
#4 27 juni 2010, 19:51:24
IloveJohnnyDepp
  • Griffoendor
  • Onderbouw Tovenaarsleerling
  • **
  • Offline Offline
  • Geslacht: Vrouw
  • Berichten: 164
  • Noem me Lizzy
Re: Mijn leven op Zweinstein

Hoofdstuk 3. Mijn nieuwe boek

We hadden alles voor het nieuwe schooljaar, maar het was bepaald niet fijn om zo door de Dreuzelstraten te lopen. De mensen keken je allemaal zo stom na. Mijn moeder deed net alsof ze de Dreuzels niet zag. Ik wist dat alle mensen naar mij keken, mijn moeder zei altijd dat, dat kwam omdat ik zo'n mooi gezicht had waar mijn blonde haar zo mooi om viel, en dat mijn stralende heler groene ogen zo mooi bij mijn bleke huid paste. Maar zelf wist ik wel beter ookal had ik dat nooit onder ogen willen zien, het deed pijn om te zien wat je echt bent van binnen. Mijn moeder vertelde me altijd geweldige verhalen over Zweinstein ook nu, en we lopen gewoon op straat. “En toen ik voor het eerst die Grote Zaal zag het was zo mooi. Ik durf te wedden dat jij helemaal betoverd raakt”. Vertelde mijn moeder en ze lachte om haar eigen woordgrap. “Mam hoe moet dat nou met mij? Wat krijg ik daar te drinken? En stel dat ik iets heel doms doe, stuurt Anderling me dan terug naar huis?” Volgens mij wist ze daar geen antwoord op, want ze zei de rest van de reis niks meer. Toen we bij ons huis aangekomen waren stond mijn vader op me te wachten. “He, wat zie ik nou heb je een kat en een uil. Je moeder moet in een goede bui zijn geweest. Ik heb misschien wel iets dat je leuk vind”. Hij haalde een oud boek uit zijn tas en gaf het aan mij. ‘De eeuwen oude bezweringen en vervloekingen’ Het leek me een heel leuk boek, maar ik wist niet zeker of ik al die spreuken wel kon. Er stonden spreuken in zoals:” Amnesia Completa (wist iemands hele geheugen), Atmosferische bezwering (zorgt voor regen, sneeuw en wind), Crucio (martelt iemand), Avada Kedavra (vermoordt iemand), Imperio (de wil van het slachtoffer wordt overgenomen), Insectspreuk (laat bij iemand groeisprieten aangroeien, verwijdert zijn spraakvermogen en dwingt het slachtoffer over de grond te kruipen) en nog veel meer. Achter in het boek stonden de meest erge en pijnlijke gedaanteverwisselingen, en de ergste toverdranken. Ik kon niet bedenken waarom mijn vader zou denken dat ik dit leuk zou vinden. Maar ik wou hem niet teleurstellen dus ik deed net alsof ik er heel blij mee was. “Dag schat, dag Sas. Ik moet weer naar mijn werk ik zie jullie vanavond”. En mijn vader vertrok. Mijn moeder ging gezellig naar de tovernaars in de buurt. Ikzelf bracht al mijn spullen naar mijn kamer en ik ging met Emma spelen terwijl Bill langs mijn hoofd vloog.

*437 woorden*
#5 27 juni 2010, 21:37:56
IloveJohnnyDepp
  • Griffoendor
  • Onderbouw Tovenaarsleerling
  • **
  • Offline Offline
  • Geslacht: Vrouw
  • Berichten: 164
  • Noem me Lizzy
Re: Mijn leven op Zweinstein

Hoofdstuk 4. De Zweinsteinexpress deel 1  ( leren voor Ebublio deel 1)

De week tussen de vakantie en mijn reis naar Zweinstein ging heel snel. Mijn ouders waren bijna de hele week niet thuis. Ik dronk van mijn eigen drank, ik hoopte dat ze die ook op Zweinstein hadden anders moest ik telkens om een nieuwe voorraad vragen van huis.  Morgen ging ik met de Zweinsteinexpress naar Zweinstein. Ik was er nerveus, ik pakte alvast mijn hutkoffer een dag van tevoren in. Het koste me de allergrootste moeite om Emma te vangen, ze was blijkbaar niet van plan om in haar mand te gaan. Met Bill ging het beter ik gooide gewoon wat muizenvellen in zijn kooi en hij ging ze eten en ik deed de kooi dicht. De grote dag brak aan, ik stond op het perron. Ik wist dat ik naar perron 9 ľ moest maar ik zag het nergens. “Kom maar mee het is hier tussen perron 9 en 10”. Zei mijn vader. Maar daar staat een muur”. Ik keek naar mijn moeder en ik zag in haar ogen dat ik door de muur moest. Ik rende en rende met mijn karretje waar al mijn spullen op stonden, ik sloot mijn ogen en ik verwachte een doffe klap te horen maar wat ik hoorde was het geluid van 1000de mensen en het geluid van een trein. En toen ik mijn ogen open deed zag ik dat mijn ouders naast mij stonden en tegen mij zeiden:”Laten we een plekje voor je gaan zoeken oke”. Ik knikte en keek mijn ogen uit. Ik wist dat er veel tovenaars waren maar zoveel had ik niet verwacht. Ik keek naar hun nekken maar toen ik me dat realiseerde keek in snel in de trein voor een plek. Voor ik een plek had kunnen vinden ging het fluitje en moest ik instappen. Ik zwaaide naar mijn ouders en ik had eindelijk het gevoel dat vrij was vrij van mijn moeder. Ik ging opzoek naar een een lege coupe maar ik vond niks. Uiteindelijk zag ik een bijna lege coupe er zat 1 meisje in. Ik deed voorzichtig de deur open en vroeg:”Kan ik hier zitten of zijn deze plekken al bezet”. Het meisje leek op te schrikken uit haar dromen en zei met een mooie heldere stem:” Oh ja tuurlijk ga zitten ik ben Lilly, Lilly Timmer. En jij bent?” “Oh ik ben Saskia Buffew”. We praten nog wat over het weer en toen pakte ik mijn boek erbij en ik begon erin te lezen en ik besloot de makkelijkste spreuk te proberen. Ebublio (tovert zeepbelachtige ballonnen tevoorschijn) dat leek me wel een goede spreuk om mee te beginnen. Lilly zat ook mee te lezen en zei:”Denk je dat je die spreuk kan en ze wees op Evanesco”. Ik schudde mijn hoofd en ik richte me weer of Ebublio het was moeilijker dan ik had verwacht, maar uiteindelijk zagen we mooie blauw ballonnen tevoorschijn komen. “Volgens mij moeten die bellen doorzichtig zijn”. Zei een meisje dat in de deur opening stond. “Kijk zo.” Ze zei de spreuk en er kwamen blauwe bellen uit haar toverstok tevoorschijn. “Ja zo maar dan doorzichtig”. Zei ik. Het meisje ging zitten en stelde voor om de spreuk met z’n 3en te leren. “En je naam is?” vroeg Lilly. “Ik ben Rosa, Rosa Geller. En jullie zijn”. We stelde ons voor en we begonnen met de spreuk.

* 563 woorden*
#6 28 juni 2010, 16:31:57
IloveJohnnyDepp
  • Griffoendor
  • Onderbouw Tovenaarsleerling
  • **
  • Offline Offline
  • Geslacht: Vrouw
  • Berichten: 164
  • Noem me Lizzy
Re: Mijn leven op Zweinstein

Hoofdstuk 5. De Zweinsteinexpress deel 2. (Leren voor Ebublio deel 2)

 We zaten in de Zweinsteinexpress en het werd steeds donkerde. We konden bijna niks meer zien toen opeens de lichten aangingen. Rosa, Lilly en ik zaten nog steeds Ebublio te leren. “He volgens mij heb ik iets”. Zei Rosa. En inderdaad er kwamen mooie heldere doordichtere bellen uit haar staf, maar toen ze er niet uit waren werden ze weer blauw. Net toen ik het wou proberen kwamen er 3 Zwadderaars aan. “Oh zit je met hun in de coupe? Je moet niet weten wat voor mensen dat zijn!” zei het meisje dat in de deuropening stond. “Zij daar”. En ze wees naar Rosa. “is een weerwolf. Ja ik heb het zelf gezien”. Zei ze toen ze mij ongelovig zag kijken. “en zij daar is gewoon mislukt”. Zei ze terwijl ze op Lilly wees. De meisjes achter haar lachten overdreven hard mee. “En jij bent”. Vroeg ik met de meest walgelijkste blik. “Ik ben Pratrica Huppel”. Nu waren wij het die lachten. “Ik denk dat je beter kan gaan”. Zei ik zo beleefd mogelijk. “Dat beslis ik zelf wel hoor. En jij ziet er net uit als een vampier, drink je ook bloed”. En ze schaterde weer van het lachen. “Nou 1 ding is zeker, ik wil niet bij Zwadderich”. Zei Rosa terwijl ze keek of ze echt weg waren. “Zullen we verder gaan met Ebublio, volgens mij was ik toch?” Ik probeerde de spreuk uit en ik zei met een mooie heldere stem:”Ebublio”. En voor ik het wist kwamen er allemaal mooie doorzichtige bellen uit mijn staf. Maar toen ze op ooghoogte waren knapte ze in ons gezicht. “Zeg staat dat ook in dat boek”. Zei Lilly proestend van het water dat in haar gezicht is gekomen. Ik lachte en keek in het boek en ik las voor:”Kijk uit concentreer u goed anders zouden ze eerder kunnen knapen dat u had gehoopt” “Nou Sas, de volgende keer beter concentreren”. Zei Rosa. “Zullen we het tegelijk doen?” stelde ik voor. “Oke, daar gaan we. 1, 2, 3 Ebublio”. En de coupe vulde zich met mooie heldere doorzichtige bellen. De rest van de reis vermaakte we ons met de bellen. “Zullen we een andere spreuk doen”. Stelde Lilly voor. Voor ik iets kon zeggen kwam Rosa ertussen door. “We zijn bijna bij het kasteel zullen we ons gaan omkleden”. We voelde hoe de trein stopte en we wachtte tot de drukte voorbij was op de gangen, toen pas gingen we naar buiten. Toen we buiten waren hoorde we een stem zeggen “1ste jaars hierkomen, alle 1ste jaars hierkomen”. We keken op en we zagen een reus van een man. En voor ons hoorde we een jongen zeggen “He jij bent groot, wow wat groot”. En de man zei terug “he voor we verder gaan. Jullie spullen motten jullie op het perron laten staan.” Hij gebaarde met zijn hand dat we hem moesten volgen. Met twijfel liet ik mijn spullen op het parron staan. Wat als ze mijn hutkoffer zou eens doorzochten?   


*511 woorden*
#7 30 juni 2010, 20:22:03
IloveJohnnyDepp
  • Griffoendor
  • Onderbouw Tovenaarsleerling
  • **
  • Offline Offline
  • Geslacht: Vrouw
  • Berichten: 164
  • Noem me Lizzy
Re: Mijn leven op Zweinstein

Hoofdstuk 6. Het sorteren deel 1 ( leren voor Geomanni Pesternommi deel 1)

Nog steeds zenuwachtig liep ik voorzichtig weg van mijn hutkoffer . “wat doe je raar alsof je een dood iemand in je hutkoffer hebt”.  Zei Rosa zacht in mijn oor. “Ik werd rood en begon zachtjes te lachen. “Ben je echt een weerwolf Rosa?” vroeg ik. Ze keek me aan alsof ik gek was. “Geloofde je wat Patricia zei.” Ik schudde mijn hoofd en wou nog wat vragen maar toen ze grote man vooraan die Hagrid heette:”Kom op eerste jaars opschieten jullie willen toch niet te laat komen op jullie eerste dag op Zweinstein”. En hij bulderde van het lachen. Zelf wist ik niet wat er zo leuk aan was, maar misschien was ik op die fatale dag wel mijn gevoel voor humor verloren. “Wat zijn dat Hagrid” zei een roodharige jongen voor in de rij. “Dat zijn aardmannetjes kent iemand de spreuk tegen aardmannetje?” Ik keek naar Lilly en Rosa en we gilde tegelijk: Geomanni Pesternommi. Maar het hielp niet veel er kwamen steeds meer aardmannetje. Er kwam ook een bruinharig meisje aangehold en samen met ons de spreuk ging gebruiken tegen de aardmannetjes. Ze was niet erg goed maar ze deed haar best. “Oke zolang jullie daar doorgaan en langzaam ook hier naartoe komen dan kunnen we voor het feestmaal begint daar zijn. Zei Hagrid. “Wat is je naam?” vroeg ik aan het bruinharige meisje. “Roz Doyl en jij?” zei ze. “Ik ben Saskia Buffew en dit zijn Rosa Geller en Lilly Timmer”. Het was een hele lange rij met eerste jaars en ook nog een keer heel veel aardmannetjes. Heel langzaam kwamen we vooruit. Hermelien praten tegen ons en ze bewonderde ons spreukwerk. Hagrid kwam aangerend toen er nog maar 2 bootjes over waren, hij gaf klappen aan die aardmannetjes alsof het stenen waren. Vlug naar de boot. En Hagrid sloeg naar de aardmannetjes terwijl wij met zijn vieren naar de boten renden, ook in de boten volgde de aardmannetjes ons. Roz, Lilly, Rosa en ik vuurde onze spreuken af op die aardmannetjes maar het leek wel hoe meer spreuken we afvuurden hoe meer aardmannetjes er kwamen. “Snel naar de overkant varen”. Bulderde Hagrid over het water, en snel gingen we naar de overkant pedellen maar er kwamen nog meer aardmannetjes aan. Rosa gilde zo hard als ze kon maar ze gooide haar bijna in het water. Toen we bij de overkant aankwamen renden Lilly en Rosa zo hard mogelijk naar binnen, maar ik bleef nog even om Hagrid te helpen met de boeten vast zetten. “Nee nee je hoeft me niet te helpen ga maar naar binnen”. Zei Hagrid tegen mij, en ik ging gehoorzaam naar binnen. 

* 454 woorden*
#8 4 juli 2010, 13:49:20
IloveJohnnyDepp
  • Griffoendor
  • Onderbouw Tovenaarsleerling
  • **
  • Offline Offline
  • Geslacht: Vrouw
  • Berichten: 164
  • Noem me Lizzy
Re: Mijn leven op Zweinstein

Hoofdstuk 7. Het sorteren deel 2 (leren voor Geomanni Pesternommi deel 2)

“Ga maar snel naar binnen je hoeft me hier niet te helpen”. Zei Hagrid toen ik ook wou helpen met de boten vast te zetten. Langzaam liep ik door een opening in de rotswand, er waren allemaal gangen. Ik wist dat ik geen geluid meer zou horen van de andere want die waren vast allemaal al in de Grote Zaal. Ik liep door de donkere gangen terwijl ik bedacht dat het misschien handiger was geweest als ik eerst de spreuk Lumos had geleerd. “Auw shit stomme rots, waarom kan ik hier toch niks zien”. Zei ik zo hard dat als er iemand was geweest die het had gehoord. Ik hoorde de ego’s mijn woorden verdreinen in hele smerige woorden. Ik liep steeds verder en ik had het gevoel dat ik verkeerd liep. Natuurlijk was er maar een uitgang, en die was heel moeilijk te vinden. Voor ik het wist liep ik tegen een rots wand aan, en spleet de wand in tweeën en er kwam een gang tevoorschijn. Mijn ogen waren nu al beter gewend aan het donker maar omdat het opeens zo kwam kon ik eerst niks zien, en dat was toch wel raar voor iemand als mij. Toen ik een paar stappen had gedaan besefte ik waar ik was, ik was in een hol van aardmannetjes ik hoorde ze. Ik wou me omdraaien en weg rennen maar de muur achter mij sloot zich. Wat was de spreuk ook al weer dacht ik verwoed. “Spreek de spreuk met kracht uit en verlies niet je concentratie”. Dat wist ik nog de spreuk ik voelde dat de aardmannetjes aan mijn lange haren trekken en toen schreeuwde ik:”Geomanni Sesternommi”. Maar er gebeurde niks, wat was de spreuk nou ook als weer? “Geofani nee dat niet. Feomanni Pesternommi, nee die ook niet”. Na een heleboel pogingen wist ik het weer:”Geomanni Pesternommi”. Gilde ik en opeens gingen alle aardmannetjes weg, terug naar hun donkere hol. Ik wist waar ik heen moest mijn instinct zei dat ik rechtsaf moest. Daar was weer een deur, toen ik hem voorzichtig open deed zag ik dat een streng uitziende heks de rest van mijn jaar toesprak, ik luisterde nog net naar de laatste woorden van haar:” Als jullie binnenkomen zullen jullie gesorteerd worden over de vier verschillende afdelingen, Griffondor, Ravenklauw, Huffelpuf en Zwadderich. Jullie wachten hier nog even dan zal ik jullie halen”. Toen ze zich omkeerde liep ik snel naar binnen en ging ik naast Lilly en Rosa staan. “Wat heb ik gemist”zei ik zacht maar zo te zien schrokken ze zich dood. Fluisterend vertelde ze dat ik weinig had gemist, er waren allemaal verhalen geweest over de verschillende afdelingen. “ik heb veel goede dingen gehoord over Ravenklauw, Griffondor en Huffelpuf. Maar Zwadderich dat is de afdelingen waar jeweetwel op heeft gezeten”. Zei Rosa. “en Zwadderich brengt de meeste duisterde tovenaars voor”. Zei Lilly. Van wat is zo hoorde hoopte ik dat ik bij Ravenklauw of Griffondor zou komen.

*504 woorden*
#9 7 juli 2010, 11:13:13
IloveJohnnyDepp
  • Griffoendor
  • Onderbouw Tovenaarsleerling
  • **
  • Offline Offline
  • Geslacht: Vrouw
  • Berichten: 164
  • Noem me Lizzy
Re: Mijn leven op Zweinstein

Hoofdstuk 8. Het sorteren deel 3.

We stonden nog zo’n vijf minuten, voordat de deur openging en de strenguitziende heks weer binnenkwam. “Zoals jullie waarschijnlijk weten worden jullie zo meteen gesorteerd over de 4 afdelingen. Raak niet in paniek als het langer duurt dan bij andere oké”. Zei ze. We liepen in een mooie rij achter haar aan. Toen we de Grote Zaal inliepen keek in mijn ogen uit en zo te horen de rest ook. Ik lette niet op de mensen in de zaal die mij aangaapte en zachtjes fluisterde, toch ving ik wel wat op met mijn uitstekende gehoor:” Wat ziet dat meisje ja dat meisje met dat lange blonde haar, wat ziet ze er bleek uit een beetje vampier achtig toch?” Maar ik hoorde ook mensen praten over Rosa. “Ze zeggen dat haar ouders Venries Vaalhaar hebben verslagen, denk je dat waar kan zijn?”. We stonden pas stil bij een grote tafel aan het eind van de zaal, er zaten alleen maar volwassen aan dus ik nam aan dat hier de leerlaren zaten. Ik stond samen met Lilly en Rosa achteraan en dus zagen we niet wat er voor gebeurde. Ik hoorde dat de hele zaal stil was toen de strenguitziende heks een hoed op een krukje zette. “ In het begin waren er vier mensen die Zweinstein stichtte. Goderick Griffoendor, Rowena Ravenklauw, Helga Huffelpuf en Zallazar Zwadderich. Ze leefde samen in een goede harmonie. Ze besloten kinderen toe te laten op hun school die een tovenaar waren. Griffoendor nam alleen de dapperste en moedige. Ravenklauw de slimste en intelligentste. Zwadderich nam alleen de kinderen van zuiver bloed. Huffelpuf maakt het niet uit ik neem iedereen. Ze maakte mij om te zien op welke afdeling de kinderen hoorde en dat is tot nu toe nog steeds mijn taak. Dus zet mij op je hoofd en ik zal zeggen op welke afdeling je hoort”. Zong de hoed, en toen ie klaar was klapte de hele zaal. De heks nam weer het woord en zei de namen van kinderen en die kinderen kwamen naar voren zette de hoed op hun hoofd en werden ingedeeld. “Chace Thomas”. Een jongen met rood haar kwam naar voren en ging en werd ingedeeld bij Griffoendor. “Doyl Roz” Ook bij Griffoendor. “Malfidus Mark” Een jongen met wit blond haar kwam naar voren en nog voor dat hij de hoed op had zei de hoed al:”Zwadderich”. “Timmer Lilly” Lilly schrok heel erg toen haar naam werd genoemd en liep langzaam naar het krukje en ging zitten en de hoed werd op haar hoofd gezet. Het duurde heel lang maar uiteindelijk riep de hoed:”Griffoendor”. Ze leek heel erg opgelucht en ging snel naar de tafel van Griffoendor. Rosa kwam ook bij Griffoendor. Ik bedacht me dat het heel stom zou staan als ik nu bij Zwadderich kwam of zo.”Buffew Saskia”. Ik liep naar voren en ik dacht hoe kan die hoed nou weten bij welke afdeling je hoort. Toen hoorde ik een klein stemmetje in mijn hoofd:” Zo zo hier hebben we Saskia. Genoeg moet maar ik zie ook dat je heel sluw bent en dan toch die intelligentie. Waar zou ik jou plaatsen? Bij Griffoendor, Ravenklauw of Zwadderich”. “Niet bij Zwadderich of Ravenklauw ik wil bij Griffoendor ik wil bij Griffoendor”. “Ah ja wilt bij Griffoendor dan doen we dat maar… Griffoendor!” Schreeuwde de hoed en grijzend ging tussen Lilly en Rosa inzitten.

* 568 woorden*
#10 10 juli 2010, 12:16:54
IloveJohnnyDepp
  • Griffoendor
  • Onderbouw Tovenaarsleerling
  • **
  • Offline Offline
  • Geslacht: Vrouw
  • Berichten: 164
  • Noem me Lizzy
Re: Mijn leven op Zweinstein

Hoofdstuk 9. Een nieuwe vriendin.

Lilly en Rosa waren in een heel serieus gesprek bezig toen ik tussen ze in ging zitten. “Ik bedoel maar als ze vampiers gaan toelaten waar moet het dan heen met de wereld”. “Ja ik heb het ook niet zo op vampiers maar vooral op 1 vampier…”. Zei Lilly nog net, voordat ik erachter kwam welke vampier dat was stond het schoolhoofd op en hield een toespraak.
“Aan alle nieuwe leerlingen zeg ik ‘welkom’ aan alle oude leerlingen zeg ik ‘welkom terug’. Er is een tijd voor toespraken maar dat is niet nu. Smakelijk eten”. Opeens lagen alle borden en schalen vol met eten en wat voor eten lekkere kippenpootjes, patat en nog veel meer lekkers. “Wow, dit is echt zo geweldig”. Hoorde ik Rosa naast me zeggen terwijl ze met haar tanden terwijl ze een worstje at. Ik keek rond door de zaal en merkte dat ik de enige was die heel net at en niet als een beest op mijn eten af sprong. Ik hoorde dat Lilly en Rosa weer over hun vampier gesprek begonnen en ik besloot niet te luisteren, maar ik plaats daarvan praatte ik met Roz Doyl. Ze was misschien eeen beetje vreemd maar ze was heel erg aardig en algauw bemoeide we ons ook met het vampier gesprek. “Ik vind dat vampiers ook gewoon mensen zijn wat kunnen hun eraan doen dat ze een vampier zijn”. Zei Roz. Ik stemde ermee in dat mensen er niks aan konden doen als ze een vampier werden, maar diep van binnen wist ik dat ik er wel wat aan had kunnen doen. “Kom op Sas je bent toch niet bang je durft toch wel het bos in. Of ben je bang dat er een weerwolf of vampier zit”. Die zin ging steeds weer door mijn gedachten en het gelach dat erop volgde toen ik zei dat ik niet ging. Ik wou geen lafaard zijn en dus ging ik het bos in, als ik dat niet had gedaan was ik nu nog normaal. “He Saskia he Sas. Ben je er nog we moeten gaan”. Zei Rosa’s stem van ver weg, en ik werd me weer bewust waar ik was. “Eerste jaars hierkomen”. Zei een stem van een lange jongen en ik begreep dat we met hem mee moesten. We liepen door de gangen en hij vertelde dat hij de klassenoudste was en dat je met vragen en problemen bij hem kon zijn. “Ook moeten alle eerste jaars morgen een rondleiding volgen door het kasteel zodat jullie niet verdwalen”.   
Lilly en Rosa waren in een heel serieus gesprek bezig toen ik tussen ze in ging zitten. “Ik bedoel maar als ze vampiers gaan toelaten waar moet het dan heen met de wereld”. “Ja ik heb het ook niet zo op vampiers maar vooral op 1 vampier…”. Zei Lilly nog net, voordat ik erachter kwam welke vampier dat was stond het schoolhoofd op en hield een toespraak.
“Aan alle nieuwe leerlingen zeg ik ‘welkom’ aan alle oude leerlingen zeg ik ‘welkom terug’. Er is een tijd voor toespraken maar dat is niet nu. Smakelijk eten”. Opeens lagen alle borden en schalen vol met eten en wat voor eten lekkere kippenpootjes, patat en nog veel meer lekkers. “Wow, dit is echt zo geweldig”. Hoorde ik Rosa naast me zeggen terwijl ze met haar tanden terwijl ze een worstje at. Ik keek rond door de zaal en merkte dat ik de enige was die heel net at en niet als een beest op mijn eten af sprong. Ik hoorde dat Lilly en Rosa weer over hun vampier gesprek begonnen en ik besloot niet te luisteren, maar ik plaats daarvan praatte ik met Roz Doyl. Ze was misschien een beetje vreemd maar ze was heel erg aardig en algauw bemoeide we ons ook met het vampier gesprek. “Ik vind dat vampiers ook gewoon mensen zijn wat kunnen hun eraan doen dat ze een vampier zijn”. Zei Roz. Ik stemde ermee in dat mensen er niks aan konden doen als ze een vampier werden, maar diep van binnen wist ik dat ik er wel wat aan had kunnen doen. Ik had nu al vier vrienden gemaakt. “Kom op Sas je bent toch niet bang je durft toch wel het bos in. Of ben je bang dat er een weerwolf of vampier zit”. Die zin ging steeds weer door mijn gedachten en het gelach dat erop volgde toen ik zei dat ik niet ging. Ik wou geen lafaard zijn en dus ging ik het bos in, als ik dat niet had gedaan was ik nu nog normaal. “He Saskia he Sas. Ben je er nog we moeten gaan”. Zei Rosa’s stem van ver weg, en ik werd me weer bewust waar ik was. “Eerste jaars hierkomen”. Zei een stem van een lange jongen en ik begreep dat we met hem mee moesten. We liepen door de gangen en hij vertelde dat hij de klassenoudste was en dat je met vragen en problemen bij hem kon zijn. “Ook moeten alle eerste jaars morgen een rondleiding volgen door het kasteel zodat jullie niet verdwalen”.   

* 427 woorden*
#11 11 juli 2010, 16:37:05
IloveJohnnyDepp
  • Griffoendor
  • Onderbouw Tovenaarsleerling
  • **
  • Offline Offline
  • Geslacht: Vrouw
  • Berichten: 164
  • Noem me Lizzy
Re: Mijn leven op Zweinstein

Hoofdstuk 10. De leerlingen kamer van Griffoendor.

We liepen achter de jongen aan terwijl die over het kasteel zat te vertellen. Rosa, Lilly, Roz en ik liepen helemaal achteraan, en hoorde dus niet wat die jongen zei. We verloren als eerst de Zwadderraas ze gingen naar de kerkers. De Huffelpuffen gingen richting de keukens. De Ravenklauwen raakte we pas kwijt toen we op de zesde verdieping waren. “Oke zo als jullie waarschijnlijk hebben gemerkt is de leerlingen kamer van Griffoendor heel hoog”. Hij zei nog wat maar dat verstond ik niet mijn aandacht was naar een schilderij gegaan waar een ridder opstond die met zijn zwaard stond te zwaaien, en iets riep. “Kom op doorlopen, jij ook naar binnen”. Zei de klassenoudste, toen we binnen waren legde hij nog uit hoe de volgende dag zou verlopen:” Oke, is iedereen is. Mooi zo, het wachtwoord om in de leerlingen kamer te komen is ‘knorhaan’ onthoud dit goed anders kom je hier niet naar binnen. Morgen moeten de eerste jaars om 10 uur verzamelen in de Grote Zaal, daar krijgen jullie verdere instructies. De jongens slaapzalen zijn de linkertrap en die van de meisjes de rechterstrap. Welterusten allemaal”. De meeste kinderen gingen gelijk naar boven maar ik bleef twijfelen wat ik moest doen, eigenlijk moest ik drinken maar dat kon ik niet zomaar doen. Langzaam liep ik achter Rosa aan de trap op, toen ik bij mijn slaapzaal aankwam lag er een brief op mijn bed met de instructies hem pas open te maken als de andere sliepen. Ik stopte de brief snel onder mijn kussen. We hadden met z’n vieren dezelfde slaapzaal. Ik was heel erg benieuwd naar wat er in de brief kon staan maar ik zou het pas openen als de andere zouden slapen. “Zullen we maar eens gaans slapen”. Stelde ik voor, en gelukkig stemde de rest ermee in. Het duurde nog wel een half uur voordat ze echt sliepen, en ik niks anders meer hoorde dan hun ademhaling. Ik deed heel voorzichtig mijn gordijnen opzij en ik liep nog even langs de bedden om zeker te zijn dat ze sliepen. Toen ik bij het bed van Rosa was zag ik dat het bed leeg was toen ik me weer omdraaide naar mijn bed stond ze achter me. “Weet je, je moet niet geloven wat die Patrica zei in de Zweinsteinexpress. Ik ben geen weerwolf oke”. Ik vroeg me af waarom ze dat tegen me zei misschien omdat ze dacht dat ik dacht dat ze weerwolf was maar dat was onzin. “Ik geloof ook niet dat je een weerwolf bent”. Ze keek me zo ongelovig aan dat ik nog zei:”echt niet ik geloof dat niet”. Ze leek tevreden te zijn en ging naar haar bed, maar op de manier waarop ze keek zag ik dat ze zich afvroeg wat ik naast haar bed deed.

* 469 woorden*
#12 11 juli 2010, 18:35:44
IloveJohnnyDepp
  • Griffoendor
  • Onderbouw Tovenaarsleerling
  • **
  • Offline Offline
  • Geslacht: Vrouw
  • Berichten: 164
  • Noem me Lizzy
Re: Mijn leven op Zweinstein

Hoofdstuk 11. Professor Anderling.

Toen ik er zeker van was dat iedereen deze keer sliep en in hun bed lag, stak ik mijn kaars met de lucifers die ik van mijn moeder heb gekregen aan. Voorzichtig zette ik de kaars op mijn bed en ik sloot de gordijnen. Ik pakte de brief onder mijn kussen vandaan en zag dat het zegel verbroken was. Ik lette er niet echt op maar vreemd was het wel. Ik opende de brief en in een heel recht handschrift stond er:

Beste mevrouw Buffew,

Uw ouders hebben ons geďnformeerd over u behoeftes. Natuurlijk zijn wij bereid om u hiermee te helpen. Uw zou eens in de twee weken moeten komen om de drank te maken. Natuurlijk moet u begeleid worden als u zo’n drank maakt, uw begeleider is professor Slackhoorn. Vanavond is u eerste keer om 12.00 uur in de kerkers. Ik zou u naar de kerkers begeleiden.

Met vriendelijke groet,

Minerva Anderling, schoolhoofd van Zweinstein.

Ik las de brief twee keer en legde hem weer in mijn hutkoffer, kleedde me om en liep langzaam naar beneden. Ik schrok toen ik zag dat het al kwart voor twaalf was, tegen de tijd dat ik de kerkers had gevonden was het waarschijnlijk al half een. Ik rende het portretgat uit en botste tegen professor Anderling. “Oh sorry professor”. Zei ik en ik wilde verder rennen maar ze hield me tegen, en vroeg:” Jij bent toch Saskia Buffew?” “Ja mevrouw maar ik moet nu naar..”. “Ik ben professor Anderling en ik zou je naar de kerkers brengen”. Zei ze. Ik liep zwijgend achter professor Anderling aan tot dat ik uiteindelijk vroeg:”Hoe bent u eigenlijk schoolhoofd geworden professor, als ik vragen mag?” Ze begon te vertellen over Harry Potter en over het vorig schoolhoofd Albus Perkamentus. “Dus Harry Potter en Perkamentus kwamen terug van hun reis en..” Ik luisterde al niet eens meer goed soms ving ik woorden op. “En toen heeft Sneep Perkamentus vermoord met de Avada Kedavra vloek. Natuurlijk waren we allemaal heel erg verdrietig en Harry Potter wou zich wreken op Sneep maar dat is hem nooit gelukt want Sneep had hulp gekregen van zijn maatjes”. “Wie waren die maatjes dan professor?” “Dat waren de Dooddoener ze waren de volgelingen van Heer Voldermort”. We waren bij een deur aangekomen en professor Andeling klopte drie keer op de deur. De deur werd bijna onmiddellijk opengedaan door een man met een enorme walrussnor en een hele grote buik.   

*411 woorden*
#13 13 juli 2010, 20:47:41
IloveJohnnyDepp
  • Griffoendor
  • Onderbouw Tovenaarsleerling
  • **
  • Offline Offline
  • Geslacht: Vrouw
  • Berichten: 164
  • Noem me Lizzy
Re: Mijn leven op Zweinstein

Hoofdstuk 12. Mijn eigen drank. Deel 1.

"Ah, kom snel binnen. Dus jij bent Saskia he?" vroeg professor Slackhoorn. Ik zei niks maar knikte alleen maar en wachtte tot profesoor Anderling wat zou zeggen. "Dit is Saskia Buffew, en jij zou haar toch helpen met haar drank?".  "Oh ja, bijna vergeten. Dus jij bent een..".  "Hidebrand, je zou haar alleen helpen, en zeg het niet tegen iedereen we willen geen oproer".  zei professor Anderling. "Ja, we willen niet dat de mamies en papies weten dat er een vampier op school zit, wat zouden ze toch zeggen". zei ik spottend. Ze keken me allebei heel verrast aan. "Nou eh, zullen we maar gaan beginnen mevrouw.. Wat was het ook al weer?" vroeg Slachhoorn. "Buffew, Saskia Buffew". antwoordde ik. "Oke, voor we gaan beginnen moet je even een keuze maken. Je kan een keer in de twee weken hier komen om je drank te maken, of je kan nu heel veel drank maken en dan de helft in een fles doen en dat dan bewaren. Je hoeft hier dan maar een keer in de maand te komen". zei Slackhoorn. Ik wist al gelijk welke keuze ik nam, maar ik deed net alsof ik er nog over na moest denken maar uiteindelijk koos ik voor de tweede. "Het recept staat in een boek van het zesde jaar. Ik neem aan dat jij dat niet hebt". Ik schudde mijn hoofd. "Ze liggen daar achter in die kast. Ik zal wel vast de rest van de ingrediënten halen".  zei Slackhoorn. Ik liep naar de kast en zag nog 2 boeken liggen uit het zesde jaar. Een met een oude en kapotte kaft en een met een nieuwe kaft in vergelijking met de ander. Ik bladderde in beide boeken door, in het ene boek stonden allemaal aantekeningen van hoe het beter kon. Ik bedacht dat als het niet goed ik altijd nog van boek kon wisselen dus ik nam het boek met de aantekeningen. "Ben je daar klaar?" vroeg Slackhoorn. "Ja professor".  "Oke, het recept staat op pagina driehonderdvijftig. Als je hulp nodig hebt vraag je het maar ik zit in mijn kantoor". En hij wees op een deur en liep ernaar toe en ging naar binnen. Ik boog me over mijn boek en begon te lezen. Ik vroeg me af van wie dit boek was. Ik keek op de voorkant en op de eerste pagina en daar stond: eigendom van de Half bloed prins. Ik vroeg me af wie dat was,  maar dat was een vraag voor later. Eerst maar mijn toverdrank afmaken.     

*421 woorden*
#14 31 juli 2010, 18:22:37
IloveJohnnyDepp
  • Griffoendor
  • Onderbouw Tovenaarsleerling
  • **
  • Offline Offline
  • Geslacht: Vrouw
  • Berichten: 164
  • Noem me Lizzy
Re: Mijn leven op Zweinstein

Hoofdstuk 13. Mijn eigen drank. Deel 2.

Ik bladerde terug naar pagina driehonderdzesenveertig, en ik las eerst goed de instructies.

"De volgende drank is speciaal gemaakt voor vampiers. Door de drank verdwijnt of verkleint de lust naar bloed". las ik voor mezelf. Ik lachte schamper. "Ja tuurlijk joh. Verdwijnen of verminderen". zei ik tegen mezelf. Nou ik weet wel beter papa nam het ook altijd voor me mee. Nou het helpt alleen maar dat je inhoud. Dat je niet iemand helemaal leeg drinkt. Dacht ik.

Stap 1: Warm de ketel op hoog vuur".
Ik zuchtte en dacht: Ja, duh zelf een dreuzel had kunnen bedenken dat je ketel moet opwarmen. Oke, stap twee.
Stap 2: Gooi drie eenhoornharen in het water. De drank moet nu een blauwachtige gloed krijgen"
Ik wou dat net doen toen ik zag dat erin de kant lijn stond gekrabbeld: Draai stap twee en drie om voor beter resultaat.
Zou ik de aantekeningen volgen of niet? vroeg ik mezelf af. Ik bedacht dat ik altijd nog de drank overnieuw kon maken, dus ik deed eerst stap drie. 
Stap 3: Roer de drank tegen de klok in en wacht 5 minuten, totdat de thermometer op driehonderdzestig graden staat.
Ik begon te twijfelen aan de aantekeningen maar toen ik het had gedaan en ik duidelijk zag dat het een beter resultaat was, toen pas dacht ik dat ik er goed aan had gedaan de aantekeningen van de Halfbloedprins gevolgd had. Voordat ik verder kon gaan kwam Slackhoorn z'n kantoor uit. "Zo zo, waar ben je nu?" vroeg Slackhoorn terwijl hij naar mijn drank keek. "He, ben je zo ver". zei hij. Ik keek hem aan alsof hij een grapje maakte en zei:"Professor ik ben pas bij stap vier". "Nee nee, beste meid je bent bij stap tien je hoeft nog maar twee stappen". Slackhoorn mompelde verder, terwijl ik in mijn boek keek en onder de eerdere instructies stond nog een aantekening: Als je eerst stap drie doet en daarna stap twee ben je bij stap tien.
Ik bedacht dat het goed was dat ik nog niet verder was gegaan, anders had ik mijn drank verpest. "Wat heb je gedaan dat je binnen een half uur zo ver bent gekomen?" vroeg Slackhoorn. Ik twijfelde of ik moest vertellen over de Halfbloedprins. Ik besloot het niet te doen en zei snel:"Ik heb stap twee en drie omgedraaid professor". "Heel erg goed mevrouw Buffew als je eerst roert en dan pas ingrediënten toevoegt krijg je een beter resultaat. Dat heb je goed bedacht, maar de laatste twee stappen zijn het moeilijkst. Je moet de kleur rood perfect krijgen. Zal ik de laatste twee stappen doen?" vroeg Slackhoorn. Ik knikte maar zelf las ik de laatste twee stappen.
Stap 11: Gooi een voor een rozenblaadjes in de drank. Als je drank te licht word heb je te veel erin gedaan. Als ie te donker word zit er te weinig in.
Tip: Roer als je rozenblaadjes erin doen de drank door.

Stap 12: Laat de drank een half uurtje afkoelen voordat je de drank drinkt.
Ik keek of Slackhoorn al klaar was en die deed de drank in twee flessen en gaf die aan mij. "Drink er een op in je slaapzaal en verstop de andere in je hutkoffer". Ik keek naar de perfect rode drank. Ik bleef naar de drank kijken en opeens wist ik dat door deze drank mijn bloedlust zou verdwijnen.

*572 woorden*
#15 1 augustus 2010, 17:16:09
IloveJohnnyDepp
  • Griffoendor
  • Onderbouw Tovenaarsleerling
  • **
  • Offline Offline
  • Geslacht: Vrouw
  • Berichten: 164
  • Noem me Lizzy
Re: Mijn leven op Zweinstein

Hoofdstuk 14. Achtervolgd.

"Nou ga dan maar snel naar je slaapzaal. Drink een fles en verstop de ander. Welterusten mevrouw Buffew". zei Slackhoorn terwijl hij mij het lokaal uitduwde. Voor ik nog wat tegen Slackhoorn kon zeggen sloeg hij de deur dicht voor mijn neus. "Ook welterusten professor". riep ik hard. Een beetje beledigd liep ik naar de trappen. "Wie is daar?" zei ik opeens toen ik me heel snel omdraaide, ik dacht dat ik een gewaad zag verdwijnen achter een harnas. Ik liep er snel heen ik bedacht dat ik diegene bang kon maken "Ik kan je zien, kom maar tevoorschijn". zei ik heel dreigend. Toen er niks gebeurde dacht ik dat die misschien bang was. Steeds dreigender liep ik richting het harnas, toen ik bijna bij het harnas was zette ik een sprint in en ik stond ook achter het harnas maar ik zag niks. "Ik zag toch duidelijk iets". mompelde ik in mezelf. Ik voelde wat bij mijn voeten en zag een muis. Ben ik geschrokken van een muis? Dacht ik en ik loep terug naar de trappen. "Oké, de trappen bewegen". zei ik toen ik op een trap stapte die gelijk bewoog, ik kwam uit op de vierde verdieping. "Waarom is alles hier zo groot". zei ik kwaad en tot mijn schrik zei iemand terug "Het is alleen maar groot als je de weg niet kent". Ik me een ongeluk en trok mijn toverstok om iemand te vervloeken toen ik bedacht dat ik geen vervloekingen kende. "Rustig maar ik wou je niet laten schrikken, maar je hebt wat laten vallen". Toen ik weer op adem was gekomen zag ik dat de man die tegenover me stond vast een van de professoren was. Ik pakte de fles aan maar zag dat hij wist wat voor drank het was. Een beetje angstig keek ik hem aan. "Geen zorgen ik zal tegen niemand zeggen dat je een vampier bent, en alle professoren weten het voordat je nog een schrikt". zei hij. "Ik ben trouwens professor Potter, ben je verdwaalt?" "Uhm.. ja ik moet terug naar de leerlingenkamer van Griffoendor professor". "Zal ik je brengen?" "Ja graag zelfs professor want ik word wel een beetje bang nu het al zo laat is". We liepen een paar minuten zonder iets te zeggen door. Ik had nog steeds het gevoel dat we achtervolgd werden. "Maak je geen zorgen er is niemand van de leerlingen die je geheim kent, tenzij jij het hebt verteld".  Ik schudde van nee. Hij dacht dat ik daarom bezorgd keek, voordat ik het doorhad was ik al bijna door het portretgat gelopen. Ik draaide me om en zei:"Bedankt professor". Hij glimlachte en liep weg. Toen ik de slaapzaal inkwam klonk er een stem:"Waar ben jij geweest?!" Betrapt!.

*458 woorden*   
#16 2 augustus 2010, 13:14:39
IloveJohnnyDepp
  • Griffoendor
  • Onderbouw Tovenaarsleerling
  • **
  • Offline Offline
  • Geslacht: Vrouw
  • Berichten: 164
  • Noem me Lizzy
Re: Mijn leven op Zweinstein

Hoofdstuk 15. Betrapt.

Met een ruk draaide ik me om en ik keek in de helder blauwe ogen van Rosa. "Waar ben je geweest?" vroeg ze opnieuw. Ik staarde in haar prikkende ogen, en deed een paar stappen achteruit. "Dat gaat je niks aan Rosa". siste ik. "Het gaat me wel wat aan. Ik ben je gevolgd Saskia". zei ze. "Oh dus je bent me gevolgd naar de wc". blufte ik. Ze was stil en die tijd benutte ik om in te gaan liggen en net te doen alsof ik sliep. "Ik hou je vanaf nu heel goed in de gaten Saskia Buffew". zei ze dreigend. Ik jou ook Rosa Geller dacht ik, heel goed in de gaten. Ik viel bijna in slaap toen ik bedacht dat ik nog moest drinken. Gelukkig ligt het onder mijn kussen dacht ik. Ik trok de kurk eruit en dronk, het gleed door mijn keel als bloed, het smaakt als bloed. Mijn dorst naar bloed verdween ik sprong uit bed en verstopte de andere fles in een panty. Ik had het gevoel dat die fles daar niet veilig lag, maar ik had geen zin om nog een keer uit bed te gaan. Het laatste wat ik me herinner was dat ik Rosa hoorde zeggen "weet jij wat dit voor drank is?" Toen viel ik in een diepe slaap.

Een meisje met een mooie jurk kwam uit een groot kasteel gelopen. Ze liep ( naar van wat zij dacht dat haar vrienden waren) toe. "Dat durf ik zeker, en ik zal het bewijzen ook". "Wat zou een goede tijd zijn voor jou om het te bewijzen?"  vroeg een meisje. Het meisje met de jurk dacht even na maar zei toen: "Niet later dan acht uur 's avonds". De andere lachten haar uit en zeiden:"Je moet het juist rond middernacht doen, anders heb je de uitdaging niet goed gedaan". Het meisje twijfelde zichtbaar en zei toen twijfelend:"Oké. dat is goed. Van tien uur tot zes uur". De andere lachte gemeen. Nog diezelfde avond ging ze uit haar raam naar beneden en ging het bos in. Ik moet naar het midden van het bos en daar een witte vlag neerzetten, en dan nog het bos uit. Ik heb er acht uur de tijd voor. Een tak die brak een snelle gedaante. Een snerpende gil door het stille bos.

Ik schoot overeind helemaal klam van het zweet. Ik keek naar mijn handen waar kleine littekens opzaten. Iemand praatte tegen me maar ik lette niet op. "He sas, hoor je me? Hallo? Aarde aan Saskia". Ik keek op en zag dat Roz tegen me zat te praten. "He, wat had je gedroomd? Je lag helemaal te woelen in je slaap". Ik mopelde dat ik het niet meer wist. Maar ik wist het maar al te goed. Door die avond was ik wie ik was. Het had geen zin om nu weet te gaan slapen over twee uur zou de rondleiding beginnen.

* 505 woorden* 
#17 10 augustus 2010, 10:22:13
IloveJohnnyDepp
  • Griffoendor
  • Onderbouw Tovenaarsleerling
  • **
  • Offline Offline
  • Geslacht: Vrouw
  • Berichten: 164
  • Noem me Lizzy
Re: Mijn leven op Zweinstein

Hoofdstuk 16. Alice

"Welke jurk denk je dat beter staat? De rode of de blauwe". vroeg Roz aan mij. "Nou rood is de kleur van Griffoendor maar ik denk toch.."
"De blauwe toch maar".  onderbrak Roz me.
"Nee, ik denk toch maar dat je beter je schooluniform aan kan doen vind je ook niet". zei ik grinnekend. Ze kreeg een rood hoof en zocht snel naar haar uniform.
"He, Roz dat rode hoofd past ook wel bij Griffoendor". zei Lilly die net wakker was. Rosa en ik grinnekte en knikte.
"Nou aan mij kun je tenminste zien dat ik bij Griffoendor hoor. Oh ja, over een uur moet je klaar zijn voor de rondleiding". Ik zag dat Rosa en Lilly schrokken.
"Nou dan kunnen wij alvast naar beneden toch Sas?" Ik knikte langzaam en liep samen met Roz naar beneden. Toen Roz en ik met behulp van zesde jaars bij de Grote Zaal waren gekomen, en net aan tafel waren gaan zitten kwamen Lilly en Rosa net binnen gerend en gingen naast ons zitten.Het ontbijt was bijna net zo lekker als het feestmaal van de avond ervoor. Aan de oppertafel stond proffesor Anderling op en zei de volgende mededeling:"De rondleiding wordt gegeven door het afdelingshoofd. Voor Zwadderich is dat proffesor Slackhoorn". De tafel van Zwadderich barste in een luid gejuich uit. "Voor Huffelpuf is dat proffesor Stronk". Ook de tafel van Huffelpuf klapte heel hard. "Voor Ravenklauw is dat professor Banning". De tafel van Ravenklauw applaudiseerde heel luid. "En voor Griffoendor is dat proffesor Potter". De tafel van Griffoendor juichte en appluidiseerde nog luider dan de andere tafels bij elkaar. Ikzelf klapte en juichde ook hard mee. Pas toen besefte ik over wie professor Anderling het had: Harry Potter. Hij had Voldemort gedood, en nu was hij mijn afdelingshoof en leerlaar op Zweinstein. Ik bleef naar professor (Harry) Potter kijken en zag inderdaad zijn litteken wat hij probeerde te verbergen.
"Jij zie ook z'n litteken he". zei een meisje dat tegenover me zat.
"Ja hij probeert het te verbergen maar het lukt niet". zei ik terug. Ze stak haar hand uit om zich voor te stellen, ik pakte hem aan en zei:"Saskia Buffew, en jij?"
"Alice Crane".
"Ik heb je gisteren niet gezien bij het sorteren".
"Nee ik heb de trein gemist. Ik ben gisteren rond twaalf uur aangekomen. Dus ik ben gesorteerd op de kamer van professor Anderling". Het viel me nu pas op dat ze al de hele tijd van oor tot oor lachte.
"Wat valt er te lachen?" vroeg ik.
"Nou mijn hele familie heeft op Griffoendor gezeten en ik nu ook. Hoe zit dat bij jou famillie?' vroeg ze aan mij.
"Uhm... van mijn vaders kant zaten alle mannen op Huffelpuf en alle vrouwen op Zwadderich. En van mijn moeders kant hebben ze allemaal op Zwadderich gezetgen behalve mijn mijn moeder die zat op Huffelpuf".
"Als alle eerste jaars nu naar de hal willen gaan voor de rondleiding". zei opeens Anderlings stem door de zaal. Ik liep samen met Lilly, Rosa, Roz en nu ook Alice naar de hal.

*510 woorden*
Pagina's: [1]   Omhoog
 

Tijdverdrijver, layout en tekst zijn auteursrechtelijk beschermd. Niets van deze site mag zonder toestemming worden overgenomen!
Harry Potter en daaraan gerelateerde zaken zijn auteursrechtelijk beschermd en het eigendom van J.K. Rowling, Warner Bros., de Harmonie en Bloomsbury Publishing.
Tijdverdrijver kan niet aansprakelijk worden gesteld voor schending van dit auteursrecht door leden.
Powered by SMF 2.0 RC3 | SMF © 2006–2010, Simple Machines LLC